De Hoge Bank van Deil | 1461 - 1525

Overzicht van 36 actes. (Veel teksten moeten en zullen nog nagezien worden.)

24-07-1462. Schepenen: Jan van Weerdenberch en Ghijsbert van Haeften van Reynoie
Wij Jan van Weerdenberch ende Ghijsbert van Haeften van Reynoie scepen in Deyl tugen dat voir ons comen is Adryaen van Balveren ende heeft vercoft ende opgedragen voir driehondert gouden gulden genge ende geve die hy giede dat hem betaelt sijn een huys ende hofstat met allen sijnre tymmeringe potinge ende toebehoeren met sesse mergen lants also groot ende also cleyn als sy gelegen sijn in den gericht van Wadenoyen tuschen dat cloester van Zenwynen aen die een syde ende Jacob Becke aen die ander syde streckende metten enen eynde op die gemeyn stege ende metten anderen eynde aen den Hemertschen grave heren Dirick van den Grave priester proest to Zenwynen tot behoeff der pryorynnen ende gemeyns convents des cloesters to Zenwynen voirscr. in enen eygendom sonder thijns ende sonder dijck erfeliken te besitten. Ende Adryaen van Balveren voirscr. verteech op dit lant ende guet voirscr. ende geloefde daer op doin te vertyen allen dieghene die daer met recht op vertyen sollen ende geloefde oeck te waren heren Dirick van den Grave priester proest tot behoeff der pryorynnen ende gemeyns convents des cloesters van Zenwynen voirscr. dit lant ende guet voirscr. jair ende dach als recht is van allen dieghene die ten recht comen willen ende alle voirplicht aff te doin van denselven. Hyervan so is Otte van Haeften van Reynoie barge. In orconde onser litteren gegeven int jair ons Heren dusent vierhondert twe ende tsestich op sente Jacopsavont des heyligenapostels.
(in dorso) nr. 159 Wadenoyen
Bron: Klooster Marienschoot te Zennewijnen, inv. 164 (pag. 254)
02-11-1462. Akte van transport, ten overstaan van schepenen van Deil, van een morgen land, gelegen op de hoge weye te Deil door Jan Ghijsbertsz. aan Johan van Weerdenburch.
Wij Jan van Weerdenberch ende Jan Ghiisberts soin scepen in Deijl tugen dat ick Jan Ghiisberts soin voirsz. heb vercoft
ende opgedragen voir viiftich gouden gulden genge ende geve die ick giede dat mij betaelt siin enen mergen lants ge-
legen inden gericht van Deijl op die Hoge Weije tuschen erfg. Willems van Tuel aen die een sijde ende die kerck
van Deijl aen die ander sijde Steven Jans soin tot behoeff Jans van Weerdenberch soin mijns Jans van Weerdenberch
voirsz. in enen eijgendom sonder thiins ende sonder diick erfeliken te besitten Ende ick Jan Ghiisberts soin voirsz. heb ver-
tegen op dit lant voirsz. ... etc ...
.... In orconde onssen litteren gegeven int jair ons heren dusent vierhondert twee
ende tsestich op alre zielen dach
Bron: Heereman van Zuydtwijck, inv. 2478
1465. Vonnis van schepenen van Deil tussen Walraven van Haeften, als pachter van 's kapittels tienden ten Malsen, Deil, Rumt en Gellikun, en Jan van Arkel c.s., houdend dat onder die tienden ook raaptienden begrepen zijn.
Omvang: 1 charter
Bron: Kapittel van Sint Marie, inv. 869
23-02-1465. Michael Hessels verkoopt 5 hont land in Drumpt, gelegen tussen Steven Jansz van Eck en Lambert van Eck Stevensz, aan Lambert van Eck voorsz., en overdraagt daarbij 2 oude brieven uit 1465 en 1484, op 2 mei 1610.
Litteris antiqua supra memorate h.... et p.... coram Gherit die Jode et Ghijsbert Hackert schabinis, Jacob Huijgensz vendidit domum etc met vier hont lants ....? tho Deijll inter heredes Arien Olifiersz ab uno ende Jan Roevers ab altere Henrick Willemsz heredit. possiden. cum warandia absoluta et Henricus predictis reddidit Jacobo predicto bona predicta in emphitensis? voir drie goude Overlantse Rijnss gulden annue op Petri ad Cathedram Datum 1465 postridie Petri ad Cathedram {23-2-1465}, et secunda vel transfixa, coram Aernt van Tuijll Reijersz ende Wouter van Beesdt, etc Gerit van Rhijn ende Jan van Rijn vendiderunt litteram predictis Broeder Jan Berntsz ad opus conventus sororum in Culenborch cum warandia absoluta Datum 1484, des donredaechs post Pasche {22-4-1484}.
Bron: ORA Deil, inv. 1092, fol. 94.
Transfix.
Aanhangend: 22-04-1484
Bron: Overigen
14-11-1469. Schepenen: Claes van Haeften van Reynore en Werner van Beesd [1]
Wij Claes van Haeften van Reynore ende Werner van Beesd {1} scepen in Deyl tugen dat Meerten van Hove heeft geloeft heeren Jacop pastoer der kercken van Zenwijnen tot behoeff der pryoerinnen ende gemeyns convents der jonckfrouwen van Zenwijnen thijns vijff ende twintich witte hollansche bourgonsche stuvers genge ende geve off ander guet payment daervoir in geliker werden alle jaer eweliken op Sente Martensdach in den wynter te betalen ende te boeren uyt drye mergen lants gelegen in den gericht van Wadenoyen op die Herucht tuschen erfgenamen Bertholomeeus van Ecke aen die oeverste zijde ende die papelike provend ten Waeyenoyen aen die nederste zijde streckende metten eenen eynde op die weteringhe ende metten anderen eynd aen den Tyelwech welck thijns voirscr. weert sake dat hij alle jair eweliken opt en voirscr. termijn der betalingen nyet betaelt en were dan soe sall daer alle dagen daernae comende een peen van eenen vlemschen cleyken gever penningen opten voirscr. thijns wassen en de ghaen welck peen tegader metten thijns voirscr. die joncfrouwen van Zenwijnen voirscr. uyten voirscr. lande verhalen sollen ende mogen wanneer sij nyet langer beyden en wlllen. Ende Meerten van Hove voirscr. heeft geloeft heren Jacop tot behoeff der pryerinnen ende gemeyns convents der jonckfrouwen van Zenwijnen voirscr. den thijns voirscr. ten ewygen daghen te waren voor allen dieghene die ten recht comen willen uyten lande voirscr. Voert soe sint vorwaerden dat die joncfrouwen van Zenwijnen voirscr. van den thijns voirscr. jaerlicx uutreycken sullen een pont wasse daer men in der kercken van Zenwijnen op sheylichs Cruys altaer bernen ende misse mede doen salle. In oirconde onser litteren. Gegeven int jaer ons Heeren dusent vierhondert negen ende tzestich opten veertienden dach der maendt van november. Daccoirdt van de copie mette originale brieven verifficere ick ondergescreven oipenbaer geauctoriseert notaris tsHertogenbossche residerende G. Ruys
(in dorso) nr. 46 (van de kopieen)
1. Wemmer?
Bron: Klooster Marienschoot te Zennewijnen, inv. 267 (pag. 264)
18-11-1471. Aerndt Piecke en Haidwin Claesz {1}, schepenen in Deyl, oorkonden, dat Aernt vnd. overdraagt aan jonker
Geraert, heer tot Culenborch, 5 morgen 1 hont land in Eynspick.
Wij Aerndt Piecke ende Haidwin Claes soen scepen in Deijl tugen dat ick Aernt Pieck voirsz.
heb vercoft ende opgedragen voor tweehondert pont gever penninge die ick giede dat mij
betaelt zijn vijf mergen ende een hont lants gelegen inden gericht van Eijnspick tusschen
mij Aernt Piecken voirsz. aen die een sijde ende Floris van Beesd Willems sone aen die
ander zijde Roelof van Groensbeeck tot behoef des edelen joncker Geraerts heer tot Culenborch
in eenen eijgendom sonder thijns ende sonder dijck erffelicken te besitten Ende ick Aernt Pieck voirsz.
heb vertegen op dit lant voirsz. ...
... etc ...
... In orconde onsen litteren gegeven int jaer ons heren dusent vierhondert eenendetseventich
opten achtienden dach inder maent van November
Regest Nr. 2015 a.
1. Elders: Hardwijn.
Bron: Heren en Graven van Culemborg, inv. 1787 (f. 387) - Regest nr. 2015
1476. Vonnis van het gerecht van Deil in het proces tussen het kapittel en Bartel Bacx ener- en Jan Balckenss, c.s. anderzijds over tiend te Malsen.
Omvang: 1 charter.
Bron: Kapittel van Sint Marie, inv. 883
05-03-1478. Ot van Gellinhem en Ghiisbert Hol, schepenen van Deyl, oorkonden, dat Rutger Jan Hackensz., met Jan Jansz. als borg, belooft aan Jan van Weerdenborch gedurende 9 jaar 10 guldens te zullen betalen.
Oorspr. (Inv. no. 8036), met het zegel van den tweeden oorkonder; dat van den eersten is verloren.
Met een transfix van 1481 September 17. Reg. no. 2292.
Transfix.
Aanhangend: 17-09-1481
Bron: Heren en Graven van Culemborg, inv. 8036 - Regest nr. 2180
10-08-1479. Ghiisbert Hol en Gerit die Jode, schepenen van Deyl, oorkonden, dat Horwinen van Beesd Ot Hackensz. overdraagt aan Gerit, heer tot Culenborch, een huis en hofstad onder Romd genaamd de Riisacker, met 8 hond land, op voorwaarde, dat Ghiisbert van Beesd Ot Hackensz. ermede beleend zal worden.
Wij Gijsbert Hol ende Gerit die Jode scepen in Deijl tugen dat voir ons comen is Horwijnen
van Beesd Ot Hackensz ende heeft vercoft ende opgedragen voir twehondert pont gever
penningen die hij giede dat hem betailt sijn een huijs ende een hofstadt gelegen inden
gericht van Romd geheijten den Rijsacker aen die een sijde naest gelegen Jan vander
Scoer ende aen die ander sijde naest gelegen Peter Heinricxsz Item noch acht hond lantz
gelegen inden selven gericht t'eijnden die voirsz. hofstadt aen die een sijde naestgelegen
Horwijnen voirsz. ende voirt alle die ghene die daer aen beijden sijden myt recht
naest lantgelegen sijn sonder thijns mit alsulken dijck als daer myt recht toebehoert
Ghijsbert van Beesd Oth Hackensz tot behoef joncker Gerit heer tot Culenborch tot
Weerd ende tot Lienden erffelicken te besitten ende Horwijnen voirsz. verteech op dit
huijs ende hofstadt ende lant voersz. .....
... etc ...
In oirconden onsen litteren Gegeven int jair ons heren dusent vierhondert negen ende tsoventich
op sunte Laurencius dach
Item dese hofstat ende lant heb ick weder beleent Gijsbert van Beesd
a. Oorspr. (Inv. no. 4847); de zegels van de oorkonders zijn verloren
b. Afschrift in Inv. no. 1787, fol. 205 verso
Bron: Heren en Graven van Culemborg, inv. 1787 (f. 205) - Regest nr. 2232
17-09-1481. Ott van Gellinchem en Ghiisbert Hol, schepenen van Deyl, oorkonden, dat Jan van Weerdenborch den brief van 1478 Maart 5 (reg. no. 2189), waar deze doorgestoken is, overdraagt ten behoeve van het klooster der "besloten jofferen" te Culenborch.
Datering: 1481 September 17 [op sunte Lambertsdach den heyligen bisscop]
NB: Oorspr. (Inv. no. 8036); de zegels van de oorkonders zijn verloren.
Transfix.
Hangt aan: 05-03-1478
Bron: Heren en Graven van Culemborg, inv. 8036 - Regest nr. 2293
06-11-1483. Schepenen: Gysbert van Haefften, Arnt Pieck Hormenssen, Johan van Hemert, Henrick van Tuyll, Jan die Rover, Wouter van Overrijn, Gherit Arntssen en Ysbaut Herdenssen
Wy Gysbert van Haefften Arnt Pieck Hormenssen Johan van Hemert Henrick van Tuyll Jan die Rover Wouter van Overrijn Gherit Arntssen ende Ysbaut Herdenssen scepen in Deyll wysen myt gevollichder medescepen van Tuyll dat voir ons comen is dair wy mitten gesworen richter ons gnedigen heren des hertogen van Oestenrijck ende van Gelre in Tielreweert in der dingebancken tot Deyll te gedinge geseten waren Ot Lottemssen als momber der joffrau Steven van Rutenborch als reyntmeysters der joncfrouwen van Zendwenden ende son ende bad den gesworen richter voirscr. dat hij ons scepenen voirscr. des vonnisse vermanen soud van der toespraeck Ot Lottemssen als momber voirscr. op Zander van Tuyll ruerende van eenre tyende gelegen in den gericht van Drompt die sij rustelick ende vredelick een lange tijt van jaren beseten hebben na uytwysinge hoer scepenre brieff wairaff wy scepenen voirscr. mit enen goeden beraedt tevoerens gehadt hebben na vragen des gesworen richters voirscr. eendrechtelick gewijst hebben na kond ende wairheyt scepenbrieff ende betoen die wy dairaff gesien hebben die joncfrouwen van Zenwedden in hoir besit dat sij hoir tyend halden sullen ter tijt toe dat wy beter betoen off brieff syen dan wy noch gesien hebben. Ende so hem die joncfrouwen aensprecken van scade so wysen Ivy hem dairaff tot sijner bancken. In orkonde onser litteren gegeven int jair ons Heren dusent vierhondert drie ende tachtentich des donredages na Sunte Hubertsdach.
(in dorso) nr. 177. Dat vonnysse van Sander van Tuill van die tienden op Drompt
Bron: Klooster Marienschoot te Zennewijnen, inv. 273 (Pag. 275)
22-04-1484. Michael Hessels verkoopt 5 hont land in Drumpt, gelegen tussen Steven Jansz van Eck en Lambert van Eck Stevensz, aan Lambert van Eck voorsz., en overdraagt daarbij 2 oude brieven uit 1465 en 1484, op 2 mei 1610.
Litteris antiqua supra memorate h.... et p.... coram Gherit die Jode et Ghijsbert Hackert schabinis, Jacob Huijgensz vendidit domum etc met vier hont lants ....? tho Deijll inter heredes Arien Olifiersz ab uno ende Jan Roevers ab altere Henrick Willemsz heredit. possiden. cum warandia absoluta et Henricus predictis reddidit Jacobo predicto bona predicta in emphitensis? voir drie goude Overlantse Rijnss gulden annue op Petri ad Cathedram Datum 1465 postridie Petri ad Cathedram {23-2-1465}, et secunda vel transfixa, coram Aernt van Tuijll Reijersz ende Wouter van Beesdt, etc Gerit van Rhijn ende Jan van Rijn vendiderunt litteram predictis Broeder Jan Berntsz ad opus conventus sororum in Culenborch cum warandia absoluta Datum 1484, des donredaechs post Pasche {22-4-1484}.
Bron: ORA Deil, inv. 1092, fol. 94.
Transfix.
Hangt aan: 23-02-1465
Bron: Overigen
15-06-1486. Schepenen: Henrick van Tuyl en Jacop Arntssen
Wij Henrick van Tuyl ende Jacop Arntssen scepen in Deyll tugen dat voir ons comen is Marten Haeffkennssen ende heeft geloefft Dirck Vonck tot behoeff der kosterijen tot Zendwijnen om Gods willen voir die zyell Diercks van Weerdenborch sijnre huysvrou ende sijn kynder thijns enen rijnssche gulden twyntich stuver voir den gulden gerekent genge ende geve off guet ander payment daervoir in gheliker weerden op Sinte-Jansdach te midsomer naestcomende over een jaer ende dairnae alle jair eweliken thijns enen rijnse gulden off payment daervoir als voirscr. is op Sinte-Jansdach te midsomer daernaest comende te betalen ende te boeren uyt enen mergen lants gelegen in den gericht van Wadenoy aen die een sijde naest gelegen die kerck tot Wadenoy ende aen die ander zijde naestgelegen Bartholomeeus van Eck off wye dair myt recht naestgelegen zijn. Ende Merten Hoeffkenssen voirscr. heeft geloefft Dierck Vonck tot behaeff der kosterien tot Zendwijnen voirscr. desen thijns voirscr. ten ewigen daigen te waren voor alle diengene die ten techt comen willen uytten lande voirscr. In orkonde onser litteren. Gegeven int jair ons Heeren dusent vierhondert ses ende tachtentich des donredages nae Sunte-Odulphusdach confessoirs.
Deze copie accordeert mette originale brieven, quod attestor. G. Ruys (in dorso) Nr. 45 (van de kopieen)
Bron: Klooster Marienschoot te Zennewijnen, inv. 266 (Pag. 281)
04-02-1489. Joest van Haeften en Ghiisbert Holl, schepenen in Deyll, oorkonden, dat Ghisbert van Beesdt overdraagt aan Bartholomeeus van Beesd, ten behoeve van den jonker van Culenborch, 6 morgen land te Roemde op den Riisacker.
Wij Joest van Haeften ende Ghisbert Holl scepenen in Deijll tuijgen dat
voer ons comen is Ghisbert van Beesdt ende heeft vercoft ende opgedragen
voer hondert pont gever pennyngen die hij giede dat hem betailt
sijn sess mergen landtz gelegen inden gericht van Roemde opten Rijsacker
tusschen allen den ghene die daer all om myt recht naestlandt
gelegen sijn Bartholomeeus van Beesd tot behoef mijn joncheren van
Culenborch in eenen eijgendom erfliken te besitten ende Ghisbert van
Beesd voirsz verteech op dit landt voirsz. Hij geloefden dair op doen te vertijen
alle die ghene die daer myt recht op vertijen sullen ...
.... etc ...
Int jaer ons heren duijsent vyerhondert negen ende tachtentich des woensdaichs
nae onser liever vrauwen dach purificatio
Regest: 2445 a.
Bron: Heren en Graven van Culemborg, inv. 1787 (f. 138) - Regest nr. 2445
23-08-1492. Acte van eigendomsoverdracht aan de commandeur van Tiel van een huis en hofstede met 8 hont land, gelegen naast het Vloedorpse goed, en nog een hoeve aan de gemene steeg, alles onder Drumpt en geheten het Binnewelt.
Wij Frederick van Hemert ende Gerit van Sthenhuis scepen en Deijl tugen dat voer ons comen
Jan Wemmer Moestertsz myt Gerit Moestert sijn momber ende heeft voercoeft ende opgedraghen voer
twe hondert pont gever penninge die sij giede dat hoem betaelt sijn een huijs ende hoestat myt
acht hont lands boven naest gelegen Ghijsbert Fredericksz beneden dat Vloedorpsche goet ende noch enen
hoeff streckende beneven die gemeijn stech gelegen inden gerich van Drumpt geheiten dat Bin-
newelt dick vrij ende mitten thijns die daer myt recht uijt ghet heer Goessen van Rossem
commantur tot Tyel erffelike tebesitten ende Jan Moestert myt sine momber voersz vertegen op dit
vercoefte goet voersz. ende geloefde daer op doen te vertien allen die gene die daer myt recht op
vertien sullen ... etc ...
... Hier in is Willem Wemmersz ende Arnt Wemmersz eerff waerborch
ende sij geloeven oeck voer dat on mundige kynt dat daer is dat dat vertijen sal tot
sijnen daghen In orconde onser litteren gegeven int jaer ons heren dusent vierhondert ende
twe ende tnegentich des donredachs voer sunte Bartholomeus dach
Met beide zegels.
Bron: Charterverzameling RDO, inv. 2838
31-05-1494. Acte van eigendomsoverdracht aan de commandeur van Tiel, te behoeve van zijn natuurlijke zoon Willem, van een jaarlijkse tins van 2 rijnse guldens gaande uit 3 1/2 morgen land onder Drumpt naast de kosterij. Met de tinsbrief.
Wij Herman van Sthenhus ende Ghisbert Hac scepen in Deijl tugen dat voer ons comen is Henrick Qwee-
kel ende heeft geloeft Marij Henrickx dochter van Doede Weerd thijns twe Rijnsche gulden tweintich stuvers
in tijt der betalinge voer elcken Rijnsche gulden voersz. goet ende geve off ander goet payment ingeliker
weerde daer voer op sunte Petronelle dach naestcomende .... etc ...
... der voersz. Mariken Henrickx dochter van Doede Weerd ewelicken te betalen ...
.... uijt vierdenhalven mergen lands gelegen inden gericht van Drumpt thijns ende dijck vrij
tuschen die coesterij van Drumpt aen die een side ende Willem Wemmersz aen die ander seijde
.... etc ...
.... In orconde onser litteren gegeven int jaer
ons heren dusent vierhondert vier ende tnegentich op sunte Petronelle dach
Met beide zegels.
Transfix.
Aanhangend: 23-04-1499
Bron: Charterverzameling RDO, inv. 3020-0.2
09-08-1495. Akte waarbij Johan II van Weerdenburch, ten overstaan van schepenen van Deil, afstand doet van alle rechten op goederen uit de nalatenschap van Marij, dochter van Belij van Weerdenburch en Jan van Vueren, gelegen te Deil en in de Tielerwaard ten gunste van Belij van Weerdenburch.
Wy Jan van Metteren ende Ghisbert Hac scepen in Deyl tughen dat voer ons comen is Jan van Weerdenbo-
rch Jansz ende heeft vertegen naeden lantrecht opt graeft in Tielreweert inder bancken van Deyl ende
inden enynge van Deyl op allen eijgen gueden rede ende onrede die joffer Bely van Weerdenborch
siinre suster aen bestorven waeren van hoere dochter Marij die sij had by Jan van Voern ende die
selleff guede die hercomen sijn van Jan van Voern voerss. ende sijn alderen ende joffer Bely voerss. die
selleff guede op mij geerft solde hebbe voerss. naden lantrecht soe vertij ick Jan van Weerdenborch
voerss. daer op ende daer nyet aff te heffen noch te bueren te ..... noch te genyeten noch ingeven? sculden
off in testamente gehalden wesen en will yet daer aff te betalen beheltelicken ende uytgescy-
den der medegaven ende vrouwelicken cleynnoten die my suster Bely voerss. aen Jan
van Voeren gebracht heeft na vermochen der heylixvoerwaerden die daer aff
gemaeckt syn. In oorconde onser litteren gegeven int jaer ons heren dusent vierhondert
vyffende tnegentich op sunte Lauwrens avont
Onigineel op perkament met 2 aanhangende zegels.
Bron: Heereman van Zuydtwijck, inv. 617
23-04-1499. Acte van eigendomsoverdracht aan de commandeur van Tiel, te behoeve van zijn natuurlijke zoon Willem, van een jaarlijkse tins van 2 rijnse guldens gaande uit 3 1/2 morgen land onder Drumpt naast de kosterij. Met de tinsbrief.
Wij Jan van Metteren ende Herberen van Eymskerck scepen in Deijl tugen dat voer ons comen is Alaert Bartholomeusz
ende heeft vercoeft ende opgedragen voer vijftich pont gever penninge die hij giede dat hom betaelt sijn den brieff
daer desen tegenwoerdigen brieff doerstecken is ende allet tgehout des brieffs als daer in gescreven steet
heren Goessen van Roessem commentur tot Tiele tot behoeff Willem sijn naturlike soen erfliken te besitten ende
Alaert voersz. vertech opten brieff ende op tgehout des brieffs voersz ende geloefde daer op doen te vertij-
en alle die gene die daer met recht op vertijen sullen ende heeft oeck geloeft voer Jan van Wees
sijnen brueder dat hij vertijen sall tot over tijden dat hij te lande compt ... etc ...
... hier aff is erff
waerborch heren Pauwels Jansz priester pastoir tot Drumpt Ende weert saecke dat Willem heren Goessen
sijn naturlike soon voersz. stoerff sonder wittftichge blikende geboerte soe salt weder erven ende besterven
op heren Goessen van Roessem voersz off op sijn erven Die superscripci Dagen koeren wij goet In
orconde onser litteren Gegeven int jaer ons heren ....
Transfix.
Hangt aan: 31-05-1494
Bron: Charterverzameling RDO, inv. 3020-0.1
28-11-1499. Eigendomsbewijs voor Brant Gererbrants de jonge van de 2 1/2 morgen land van Jan van Vuern gelegen in het gericht van Gelchym, afkomstig van Cornelis Geritse. Met de akte van imaginaire verkoop van dit perceel aan Cornelis Gheritss. na een procedure wegens een schuldvordering van de erven van Brant Gererbrants op Jan van Vuern.
Wij Henrick van Brienen ende Stees Woutersz scepen in Deijl tugen dat voir ons comen is die gesworen bode ons heren van Gelre ...
... dat hij gemaent heeft van wegen Brant Gererbrantsz erfgenamen Jans van Vuern van waerscappen?...
.... Dit gesciede int jair ons
heren dusent vierhondert negen ende tnegentich des donredachs na sunte Katharinen dach {28-11-1499}. Daer na wij Claes Pieck
ende Floris van Tuil scepen in Deijl tugen dat voer ons comen is die gesworen bode voirsz ...
.... inder kercken van Romd alle .... erfgenamen Jans
van Vuern voersz inden gericht van Romd gelegen dat dat te vercopen were voer tgebrecke van der geloeften van der
waerscapen overmits Brant Gerebrantsz voersz ...
.... Cornelis Geritsz te hebben ende te besitten ...
... Int jair ons heren dusent viffhondert des donredachs
....
Bron: Familie Van Tuyll van Bulckestein , inv. 64-1
1500. Eigendomsbewijs voor Brant Gererbrants de jonge van de 2 1/2 morgen land van Jan van Vuern gelegen in het gericht van Gelchym, afkomstig van Cornelis Geritse. Met de akte van imaginaire verkoop van dit perceel aan Cornelis Gheritss. na een procedure wegens een schuldvordering van de erven van Brant Gererbrants op Jan van Vuern.
Wij Henrick van Brienen ende Stees Woutersz scepen in Deijl tugen dat voir ons comen is die gesworen bode ons heren van Gelre ...
... dat hij gemaent heeft van wegen Brant Gererbrantsz erfgenamen Jans van Vuern van waerscappen?...
.... Dit gesciede int jair ons
heren dusent vierhondert negen ende tnegentich des donredachs na sunte Katharinen dach {28-11-1499}. Daer na wij Claes Pieck
ende Floris van Tuil scepen in Deijl tugen dat voer ons comen is die gesworen bode voirsz ...
.... inder kercken van Romd alle .... erfgenamen Jans
van Vuern voersz inden gericht van Romd gelegen dat dat te vercopen were voer tgebrecke van der geloeften van der
waerscapen overmits Brant Gerebrantsz voersz ...
.... Cornelis Geritsz te hebben ende te besitten ...
... Int jair ons heren dusent viffhondert des donredachs
....
Bron: Familie Van Tuyll van Bulckestein , inv. 64-1
1500. Eigendomsbewijs voor Brant Gererbrants de jonge van de 2 1/2 morgen land van Jan van Vuern gelegen in het gericht van Gelchym, afkomstig van Cornelis Geritse. Met de akte van imaginaire verkoop van dit perceel aan Cornelis Gheritss. na een procedure wegens een schuldvordering van de erven van Brant Gererbrants op Jan van Vuern.
Wij Claes Pieck ende Floris van Tuil scepen in Deijl tugen dat voer ons comen is Cornelis Geritsz ende heeft vercoeft ...
den brieff daer desen tegenwoerdigen brieff
doerstecken is ...
... Brant Geerebrantsz die jongh erflicken the besitten ...
.... Int jair ons heren dusent viffhondert des vriedachs
....
Bron: Familie Van Tuyll van Bulckestein , inv. 64-2
26-11-1500. Schepenen: Frederick van Hemert en Hermen van Steenhus
Wij Frederick van Hemert ind Hermen van Steenhus scepen in Deyl tugen dat voer ons comen is Alaert Jansoin ende heeft vercoeft ind opgedragen voer twehondert pont gever penningen die hij giede dat hem betaelt sijn ses mergen lands gelegen in den gericht van Malssen geheiten die Hemersche Hoefstat tuscen Willem Fallikensoen aen die een sijde ind Cornelis Diricksoen aen die ander sijde off wie met recht daernast lantgelegen sijn Willem Fallikensen in enen eygendom sonder tijns uytgenomen den tijns die die joncfrouwen van Zenwijnen daeruyt hebben ind met vierdalleff roy dickx gelegen tegen Jan Raets goet boven nast gedickt Mechtelt Lamers met negen royen ind beneden Bartholomeus van Eck? sestalleff roy dickxs erflicken the hebben ind te besitten. Ind Alaert Jansen voirscr. vertech op dit vercoifte lant voirscr. ind geloefden daerop doen the vertijen alle diegene die daer met recht op vertijen sullen. Hij geloefde ock Willem Fallikensoen vurscr. dit vercoefte lant voerscr. the waren jair ind dach als recht is tegen alle diegene die ten recht comen willen ind alle voerplicht aff te doen van denselven. In oerconde onser litteren gegeven int jair ons Heren dusent vifhondert des donredachs na Sunte-Katherinendach maghet.
(in dorso) nr. 148
Willem Fallikensen
Malsen den Hemertsen hofstat
Bron: Klooster Marienschoot te Zennewijnen, inv. 180 (Pag. 288)
1509. Akte waarbij heer Dirck van der Heyen, priester en biechtvader van het jofferenconvent van St. Ceciliën binnen Tiel, en zuster Katherijn van den Pol, procuratrice van dit convent, namens het klooster ten behoeve van Ghijsbert van Tuyl afstand doen van alle goederen in het gericht van Deyl, die Dircken van Tuyl, hun medejoffer, geërfd heeft van haar moeder Otten, wijlen de vrouw van Willem van Tuyl, en door het overlijden van Willem van Tuyl, haar vader, erven zal.
In dorso o.a. "den verthychbryef van mijn suster int cloester"
Wij Floris van Tuijl ende Willem Boeninge scepen in Deijl tugen dat voir ons comen
sijn heren Dirck vander Heijen priester als pater ende confessoer des cloesters ende ge...
convents der Jofferen van Sunte Cecilien bynnen Tiel van sunte Augustijns oerde
ende suster Katherijn vanden Pol procuraester des selven cloesters ende convents voirsz
met horen gecoren momber als volmechtich des cloesters ende convents voirsz ende
hebben inden name ende van wegen der priorissen metten gemeijnen jofferen des cloes-
ters ende convents voirsz vertegen op alle erffenissen thijnsen ende goederen rede ende on-
rede ruerende ende onruerende als der priorinnen ende gemeijnen jofferen des cloes-
ters ende convents voirsz van wegen joffer Dircken van Tuijl hoire? professide mede
joffer overmits dode joffer Otten wilneer echte huijsfrou was Willems van Tuijl
joffer Dircken moeder voirtsz aen bestorven is ende na dode Willems van Tuijl joffer
Dircken vader met recht aenbesterven mach inder eningen van Deijl gelegen tot
behoeff Ghijsbert van Tuijll erffeliken te hebben ende te besitten. ...
... Int jair ons heren dusent vijfhondert ende negen des vridages na der heijligen
....
Bron: Familie Van Tuyll van Bulckestein , inv. 36
24-06-1513. Belofte van Herman van Steenhuys om de commandeur van Tiel te waren aan 2 morgen land op Grebersakker onder Hemert.
Wij Frederick van Hemert ende Hermen van Steenhuijs scepen in Deijl tugen dat voir ons
comen is Hermen van Steenhuijs voirsz. ende heeft geloeft heren Johan vander Empel commen-
duer vanden Duijschen heren bynnen Tiel tot behoff des convents der Duijtscher heren voirscr.
te waren twe mergen lants soe groot ende cleyn als die gelegen sijn inden gericht van He-
mert op Grebers Acker tuschen erffenisse des commenduers voirsz. aen beijden sijden met
voirwairden weert zake dat die commenduer voirsz. ... etc ...
.... altijt verhalen aen
drie mergen lants die Hermen van Steenhuijs voirsz. heeft inden gericht van Wadenoijen gele-
gen opten ...... tuschen erffenis Frederick van Hemert aen d'een sijde ende Hermen van Steen-
huijs voirsz. aen d'ander sijde In orkonde onser litteren Gegeven int jair ons heren dusent
vijf hondert ende dertien op sunte Jacobs avont apostel
Met het zegel van Steenhuijs.
Bron: Charterverzameling RDO, inv. 2876-0.1
01-07-1515. Afschriften van akten van 1340, 1410, 1516, 1522 en 1530, waarbij verschillende hertogen van Gelre oude privilegiën ten behoeve van de abdij Mariënweerd bevestigen, en van een Deilse schepenakte van 1515 betreffende de betaling door de abdij van “Staetgeld”.
Wij Henrick van Bryenen ind Willem Woltersz schepenen tot Deijl doin kondt
ende thuyghen apenbairlick mit desen apenen brief dat voir ons gekomen zijn die
geswaeren van Eynspijck mit die gemeyne naebueren ind hebben gerichtelik
getuijcht ind then heylighen geswaeren dat die abt van Marienweerdt
altijt sijn staetgelt mit anderen ongelden gegolden heeft mit die van Eynspijck
ende andere nergenst behalve twe of drie iaeren dat die van Eynspijck vanden
hoeven veriaecht waren In oirconde ... ind getuychenisse der waerheijt hebben
wij Henrick van Brienen ind Willem Woltersz scepen voirsz. onssen segelen op
spatium sbriefs gedruct Gegeven inden iaer ons heren dusent vijfhondert
ind vijfftyen des sonnendachs post Petri et Pauli apostolorum
Bron: Inventaris der archieven van de abdij Marienweerd (1248-1592), inv. 3.
Datering: P&P = 29 juni
Bron: Overigen
06-01-1516. Akte waarbij Willem van Tuyl verklaart dat hij in 1468 van heer Wouter, pastoor van Hellu, met toestemming van Ot van Asperen en van Vueren, collator van de kerk aldaar, een stuk uiterwaard in het gericht van Hellu behorende tot de pasteurspreuve van Hellu, in erftins genomen en dit later uit een dijkgifte te Hellu gekocht heeft.
Wij Floris van Tuijl ende Willem Woutersz scepen in Deijl tugen dat voir ons comen is Willem van Tuijl
ende heeft getuijcht op sijn uterste hevevaert? als dat hi inden jair ons heren dusent vierhondert ende
acht ende tsestich vererfftijnst heeft vanden pastoer van Hellu geheijten heren Wouter in bij wesen
belieffenis ende toedoen des collatoers der selver kercken van Hellu voirsz geheijten Ot van Asperen ende
van Vuern / een stuck uterweerts gelegen inden gericht van Hellu toe behorende totten papeliken proven
van Hellu voirsz ...
.... ende dit heeft gededingt heren Rutger Pollen
die na heren Wouter voirsz pastoer was ...
... int jair ons heren dusent vijfhondert ende sestien opten heijligen dertiendach
Bron: Familie Van Tuyll van Bulckestein , inv. 1
20-05-1518. Schepenen: Jan van Meteren Heynrick van Brienen Floris van Tuyll Jacop Pieck Cornelis van Gellichem Jan Janssen Willem Wouterssen en Jan Dirckssen
Wy Jan van Meteren Heynrick van Brienen Floris van Tuyll Jacop Pieck Cornelis van Gellichem Jan Janssen Willem Wouterssen ende Jan Dirckssen scepen in Deyll tugen dat wy na vragen des gezworen richters ons heren van Gelre in Tielreweert dair wy mede in der dingbancken van Deyll te gedinge geseten waren na aensprake ende claechte Ghijsberts de Kock van Nederinen Willemssen den Jongen op ende over Gosen van Varick als dat hi erff ende goet besit off ander in den naem van hem dat met beteren recht sijn is dan Gosen van Varicks voirscr., te weten vijff mergen lants gelegen in den gericht van Deyll geheyten den Liescamp. Ende ende had hem dat niet geruymt off bewijs dairaff gedaen ende had hem dairaen gescayt hondert gouden rijnsche gulden soe hi seyde. Ende na antwoirt Gosen van Varicks voirscr. op die voirscr. clachte soe hebben wy scepen voirscr. met enen goeden beraet te vorens dairop gehad met mede gevolch der medescepen der eninge van Tuyll eendrechtelick gewijst aen een vonnisse na scepen getuych kond ende wairheyt die wy dairaff gesien ende gehoert hebben dat joffer Margriet van Varick Gossens dochter van Varick off hoer convent den Liescamp voirscr. hebben ende gebruyken sall alsoe lange als sy geestelick blijft ende sterft sy geestelick so sal hair convent ende cloester na dode joffer Margriet voirscr. den Liescamp voirscr. hebben ende behouden eweliken ende erffeliken ende Gosen van Varick voirscr. ter onscult ende dit all ter tijt toe dan wy beter bethoen off schijn zien ende hoeren dan wy noch gesien ende gehoert hebben. In orkonde onser letteren gegeven int jair ons Heren dusent vijffhondert ende achtien den twentichsten dach in den meye.
(in dorso) nr. 169
Gosen van Varick
Bron: Klooster Marienschoot te Zennewijnen, inv. 183 (Pag. 290)
06-01-1520. Schepenen: Henrick van Brienen en Jacop Pieck
Wij Henrick van Brienen ind Jacop Pieck scepen in Deijll tugen dat voir ons comen is Hubert Ffallkensen ind hefft vercofft ind opgedragen voir hondert pont gever penningen die gyeden dat hem betaelt zijn enen mergen lants liggende in der enige van Deijll in den gericht van Gelremalsen op den Sandacker gelegen tusschen erffenis Claes Goertsen boven ind Dirck Hermansen beneden off wye dit lant voirscr. allomme met recht naest gelant mach wesen heer Jacob van Eessden priester proest tot Zenwijnen tot behoeff des gemein convents tot Zenwijnen in enen eygendom erffelicken te hebben ind te besitten dijcksvrij tijnssvrij. Ind Hubert Ffallkensen voirscr. verteech op dit vercoffte lant voirscr. ind geloeffde dairop doen te vertijen alle diegene die daer met recht op vertijen sullen. Ind hij geloeffden heer Jacob·van Eessden priester proest tot Zenwijnen tot behoeff des gemein convents voirscr. dit lant voirscr. te waeren mit voollre waerscappen tegen alle dengenen die ten rechten comen willen ind alle voirplicht aff te doen van denselven ind all dynck sonder argelist. In oirconde onser litteren gegeven int jair ons Heren dusent vijffhondert ind tweentich op die Hillige-Drije-Coningendach.
(in dorso) nr. 149
Gelremalssen enen mergen lants
Bron: Klooster Marienschoot te Zennewijnen, inv. 184 (Pag. 292)
14-04-1520. Schepenen van Deil oorkonden, dat Gijsbert van Boxmeer beloofde, aan broeder Jan Gauenzn, procurator: leengoed Rubroek te vrijwaren
Wij Ghijsbert van Tuul ende Jacob Pijek scepen in Deijl tughen alsoe Ghijsbert van Boxmeer
vercoft ende opghedraghen heeft broeder Jan Gauenzn procurator vanden Carthusers buten Sinte
Gheertruden berch tot behoef des prioers ... vier ende
dartich merghen lants leengoets ghelegen inder heerlicheijt van Hoekelem ...
Kopie inventarisnr 2, 1e deel, folio 55bis v, H 16
Bron: Klooster Het Hollandse Huis bij Geertruidenberg - Regest nr. 1296
24-04-1526. Schepenen: Henrick van Brienen en Jacob Pieck
Wij Henrick van Brienen ind Jacob Pieck scepen in Deijll tugen dat voir ons comen iss Hubert Ffallkensen ind hefft vercofft ind opgedragen voir tweehondert pont gever penningen die hij gyeden dat hem betaelt zijn twaleff mergen lants liggende in den gericht van Gelremalsen heytende die Heymantse Bauinge gelegen tussen erffenisse die ffabrijck tot Gelremalsen boven ind Cornelis Dircksen beneden off wye dit voirscr. lant allomme met recht naestgelant zij heer Jacob van Eesden pryester proest tot Zenwijnen tot behoeff des gemenen convents tot Zenwijnen in enen eygendom erffelicken te hebben ind te besitten met all sulcken dijck als dair met recht toin behoert myt vorwarden toin gedaen dat den tijns die die proest ind convent voirscr. uut den lande voirscr. gehadt hebben zall doet ind teniet zijn ind Hubert Ffalkensen voirscr. verteech op dit vercoffte lant voirscr. ind geloeffden daerop doen te vertyen alle diegene die daer met recht op vertyen sullen van zijnre wegen ind van zijns vaders wegen. Ind hij geloeffden heer Jacob van Eesden priester proest tot Zenwijnen tot behoeff des gemein convents voirscr. dit lant voirscr. te waeren van sijnre wegen ind van sijns vaders wegen met voolre waerscappen tegen alle dengene die ten rechten comen willen ind alle voirplicht aff te doen van denzellven ind allet sonder argelist. In oirconde onser litteren gegeven int jair ons Heren dusent vijffhondert ind sees-ind-twentich den vyer-ind-twentichsten dach in den apryll. etc.
(in dorso) nr. 150 Gelremalsen XII mergen
Bron: Klooster Marienschoot te Zennewijnen, inv. 188 (Pag. 297)
24-04-1526. Uitspraak van de schepenbank van Deil, waarbij de commandeur van Tiel wordt vrijgesproken van een aanklacht, dat hij die "gemeinten" te Drumpt afgegraven zou hebben.
Wij Henrick van Brienen Ghijsbert van Tuijl Stees van Heijmert Jacob Pieck Jan van Meteren Jansz Mercelis van Beesdt Jan Willemsz ind
Cornelis Lambertsz scepen in Deijll tugen dat voir den gesworen richter ons heren van Gelre in Tyellreweert daer wij mede inder dingbancke tot
Deijll te gedinge geseten weeren ind voir ons scepen voirsz comen is Willem Willemsz als volmechtich procuratoer des commeltuers totten
Duijtschen Huijs tot Tyell ....
... etc ....
... In oirconde onser litteren gegeven
int jair ons heren dusent viffhondert ind seessindtweintich den vyerindtwentichsten dach inden Apryll
Met alle zegels behalve Jan van Meteren.
Beschadigd.
Bron: Charterverzameling RDO, inv. 2840
01-11-1526. Akte waarbij Stees van Hemert en Cornelis Lambertsz., schepenen te Deyll, oorkonden, dat Luyt, weduwe van Wemmer Hacken, toegezegd heeft aan Ghisbert Jansz. een tijns van drie philipsguldens per jaar gaande uit een hofstad en landerijen in het gericht van Wadenoyen
Datering: Gegeven int jair ons Heeren dusent vijffhondert ind zeess ind twentich op Alrezyelen avent.
Met de zegels van de oorkonders in groene was.
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel, (1293) 1327 - 1815, toegang 3020, inv. 1879
Was regest 103 van de gedrukte inventaris van Van de Ven.
Transfix.
Aanhangend: 27-07-1539
Bron: Overigen
22-04-1532. Schepenen: Johan Willemsen en Aelbert Jansen
Wij Johan Willemsen ind Aelbert Jansen scepen in Deijll tugen dat voir ons comen zijn heer Johan van Rijn ind joffrou Agata van Rijn met hoerder gecoeren mombers ind hebben vercofft ind opgedragen voir tweehondert pont gever penningen die zij gyeden dat hoer betaelt zijn dat tweedeell van zeess mergen landts liggende in den gericht van Gelremalsen geheiten die Herp daer boven naestgelegen is die gemein wetering ind beneden die gemeyn straet off wye dit voirscr. landt met recht naestgelegen zijn heer Jacob van Esden priester proest tot behoeff des convents tot Zenwinen in enen eygendom dijckvrij ind tijnsvrij erfffelicken te hebben ind te besitten. Ind heer Johan van Rijn priester ind joffrou Agata van Rijn met hoerder gecoeren mombers voirscr. ind Willem van Rijn ind Jan van Herwinen vertegen op dit landt voirscr. ind geloeffden daerop doen te vertyen alle diegene die daer met recht op vertyen zullen ind heer Johan van Rijn priester ind joffrou Agata van Rijn met hoer mombers voirscr. geloeffden heer Jacob van Esden priester proest tot behoeff des convents voirscr. dit landt voirscr. te waeren jair ind dach als recht is tegen alle diegene die ten rechten comen willen ind alle voirplicht aff te doen van denzelven. In oirconde onser litteren gegeven int jair ons Heren dusent vijffhondert ind twee-ind-dartich op ten twee-ind-twentichsten dach aprilis.
(in dorso) nr. 152
Bron: Klooster Marienschoot te Zennewijnen, inv. 195 (pag. 303)
27-07-1539. Akte waarbij Stees van Hemert en Peter van Maeren, schepenen in Deyll, oorkonden, dat Ghisbert Jansz. overgedragen heeft aan Hubert Ghisbertsz. de tijnsbrief van 1 november 1526 (inventarisnummer 1879), waardoor deze gestoken is.
Datering: Gegeven int jair ons Heren dusent vijffhondert ind negen ind dartich opten zoeven ind twentichsten dach Julii.
Met de zegels van de oorkonders in groene was, het eerste licht geschonden.
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel, (1293) 1327 - 1815, toegang 3020, inv. 1880.
Was regest 130 in de gedrukte inventaris van Van de Ven.
Transfix.
Hangt aan: 01-11-1526
Bron: Overigen
11-03-1547. Schepenen: Hubert van Boxmeer en Johan Willemsz
onderschrift:
Huychbrecht van B?oxmeer?
gelofft XII gulden crone ider croin
op petri ad XXXVIII stuivers bb
facit? za XXII 1/2 gulden bb.
d?un?d VI stuivers bb.

marge: Hubert van Boxmeer geloefft loessthins XII golden kroenenn
erschinende op Petri ad Cathedram.

Wij Hubert van Boxmeer ind Johan Willemssz.
schepenn inn Zulichem Deijll, tuygenn dat ick
Hubert van Boxmeer geloifft hebbe Reiner van Aess-
wynn voyrss. thins twelff goudenn franckrixsche
son koenen vann gewicht off achtendartich stufer
der munterenn van brabant voer data geslaegenn
gereeckent voir elcke kroene op Sunte Peters dach
ad Cathedram tocomende anno acht ende veertich ind
soe voirt jaerlix twelickenn the bethaelen uuyt
een huyss ende hoffstat met vieff mergen lantz inden
gericht van Gelcom genant den Broitkamp oist-
waert lantgelegen denn gemeijnenn dijck westwert die
lyngenn off wie met recht lantgelegen mach sijn.
Welckenn thins voyrss. opten termijnn voirss. jaer-
lix niet betaelt en werdenn soe sall alle dagen
dair naestvolgende eenen peen van twe stuver 'sdaichs
optenn tijns voyrss. wassenn ende gayn. Welcken
peenn mitten thins voirss. Reiner van Aesswynn
voirss. uuyttenn onderpande voirss. verhalen mach als
hie niet langer beijden wyll. Ende ick Hubert
vann Boxmeer voirss. geloeffden den thinss ind peen
voyrss. uuyttenn onderpande voirss. ewelickenn te wae-
renn alss recht is tegen allenn des aen rechtenn
comenn wyllenn verbehaldenn doch mij Hubert
van Boxmeer voyrss. op eynigen termijn van betaelinge
voyrss. mijnre ?R?leijger loessenn met twe hondert der
voyrss. son conen gerekent elck koenn ad achtendar-
tych stuver denn gouden philips gulden vann ge-
wicht voir vieff ende twyntich stuyfer innd denn
gouden koirvorster guldenn vann gewycht gerekent
voyr achtendtwyntich stuyfer allet brabantscher
moenten ind allet gelt nae advenant. Innt oer-
kondt onser literenn. Gegevenn inden jair ons
Herenn duysent vieffhondert soeven ende veertich
den elffstenn dach 's maentzs marty.
Bron: Cartularium van Van Dam (inv. 1211), f. 98v+99
Bron: Overigen
20-02-1548. Schepenen: Robert van Erp en Gijsbert Jansz
onderschrift
Huychbrecht van Buxmer
gelofft jaers XII g. op petrij.

marge: Hubert van Buxmer geeft jaerlix XII g. op Petrij

Wij Robbert vann Erp inde Gijsbertt
Janssenn schepenn inn Deijll tuygenn dat voir
ons comen is Hubert van Boxmeer inde hefftt
geloefft Reiner van Aesswynn herenn toe Brae-
kell thins twelff guldenn tweijntich stuver der
moenten van Brabant voir dato geslaegenn gerekent
voir elckenn gulden op Sunte Peters daegh ad Cathe-
dram anno negen ende veertich tocomende ind so voirt
jaerlix ewelyckenn the betaelenn uuyt vier mer-
ghen lantz inden gericht van Gelcom genant
dat Schoer boeven lanthgelegen die gemeijnn straet
beneden Giesbert Aertsenn off wie met recht lantgelegen
mach sijnn. Welckenn thins off opten termijn voirss.
niet gegevenn off betaelt en worde soe sall alle
dagenn dairnaestvolghende eenen peen van eenen stuiver
's daichs optenn thinss voirss. wassenn ende gayn
welckenn peen mittenn thins voyrss. Reiner van
Aesswynn voyrss. uitenn onderpant voyrss. verhaelen
mach alss hij's niet langer beijden en wyll. Innd
Huybert van Boxmeer voirss. geloeffdenn den thins
ind peen voyrss. uyttenn onderpande voirss. ewelick
te waerenn als recht is tegen allen des ten rechten
comen wyllenn verbehalden op eijnigen termijn
voirss. Hubert van Boxmeer voirss. siner ewyger
loessenn met twehondert der voirss. gulden ind mitten
verschenenn thinssenn. Inn oercont onser literenn.
Gegevenn inden jair ons Heren duysent vieff hon-
dert ind acht ende veertich denn twijntichsten
dach february.
Bron: Cartularium van Van Dam (inv. 1211), f. 99v
Bron: Overigen